Zeer Kort Verhaal: Pijn

zweep‘Is het je eerste keer?’, vroeg hij. Zijn blik was ernstig. Boven zijn mond rolden een paar piepkleine zweetdruppeltjes. Ik knikte. Vandaag zou ik me overgeven. Dat prachtige golvende donkere haar, het baardje van twee dagen en de zachte blauwe ogen; alles aan hem voelde vertrouwd. Het kan een beetje pijn doen, zei hij. Heel even was zijn blik vol medelijden, maar in zijn ogen flakkerde iets. Weer knikte ik. Hij aarzelde niet meer en stootte naar binnen. Het was alsof een splinternieuw aardappelschilmesje zich in mijn lichaam boorde. Mijn lijf schokte en verkrampte, maar hij had er geen aandacht meer voor. Hij ging door, terwijl de piepkleine zweetdruppeltjes boven zijn mond zich razendsnel vermeerderden. Hij ging erin en eruit. Erin. Eruit. Het was alsof het uren duurde. Eindelijk was hij klaar. Vanuit zijn tenen kwam een diepe zucht. Vaag zag ik een sardonische grijns verschijnen. De tranen sprongen in mijn ogen terwijl ik probeerde te staan. ‘Ga maar,’ zei hij en hij lachte. Ik liep naar de deur. Wreef over mijn kaak en kon alleen maar denken: ‘De volgende keer neem ik een verdoving.’

Zeer Kort verhaal: De paden op

Afbeelding_13

Ze ging aan tafel zitten en voelde hoe het zweet vanaf haar oksels naar beneden gutste. Een wat oudere dame met grijs, krullend haar keek haar vragend aan. ‘Laat haar alstublieft niets zeggen,’ bad Noortje in stilte. De vrouw draaide van haar weg en verdiepte zich weer in de Libelle. Zelf bleef ze roerloos zitten. Frunnikte wat aan haar groene baret en staarde voor zich uit. Een studentikoos type met een uilenbrilletje naderde. Even leek het alsof hij naast haar ging zitten, maar gelukkig schuifelde hij voorbij. De dame keek weer. ‘21,22,23,’ telde Noortje in gedachten. Toen ze bij 60 was, stond ze op. Snelwandelend ging ze naar de uitgang. Ze was weer onder de mensen geweest. Haar psycholoog zou trots op haar zijn.

Zeer Kort Verhaal: Wanhoop

NAGO02_MVC-48628_XHij leek een brok in zijn keel te hebben. Zijn armen hingen langs zijn lichaam. Net zo futloos als het grijze haar dat net over zijn oren viel. ‘Ga je echt weg?’, vroeg hij. Monique knikte. Ze was mooi. Lang blond haar, eindeloos veel sproetjes, slank en met pronte borstjes. Hans pakte haar hand. ‘Betekent dit dat ik je nooit meer zie?’ Hij liet de zware posttas van zijn schouder glijden. Keek haar nog eens indringend aan. ‘Hoe lang kennen we elkaar nu eigenlijk? Vijf jaar?’

Monique knikte weer. ‘Zoiets’, mompelde ze. Langs Hans heen, keek ze naar de lange rij die zich achter hem vormde. Daarna richtte ze zich weer op het vlezige gezicht, de duidelijk ongewassen haren en de pukkel op zijn kin. Hij pakte nu haar beide handen vast. Ze durfde zich niet los te rukken. ‘Jij bent het lichtpuntje op mijn dag. Ik zal je vreselijk missen, wist je dat?’ Monique negeerde de vraag. In een opwelling van moed had ze haar handen toch losgetrokken en pulkte nu ongemakkelijk aan haar oorbel. ‘Eh Hans, er staat een rij.‘

Hij keek verschrikt om. Zag de lange rij en verontschuldigde zich. ‘Dan ga ik maar. Ik kom nog wel eens langs op het postkantoor in IJsselstein.‘ Monique glimlachte ongemakkelijk. Terwijl Hans zich omdraaide en de volgende klant naar de kassa liep, appte ze snel haar vriendin. ‘De creep is weer geweest. ZO’N PSYCHO!!! Enne, jij komt wel op mijn sweet sixteen toch?’

Zeer Kort Verhaal: Vast

92ace14d70bf01c84fbb73e4e415296c9ff9e796e8785405de50c9560d584624#longlistALSnijdersprijs2014

‘Help!’ Nu hoorde ze het voor de derde keer. Het leek van de gang te komen. Ze keek nog even in de spiegel. Draaide haar lip-piercing vier  keer om, streek haar knalroze haar in vier etappes langs haar oren en tikte acht keer op de deur voordat ze hem opende.

Ze speurde de hal af. Niemand te zien. ‘Hallo, is daar iemand?’ riep ze. ‘Ja hier,’ klonk vanuit de hoek. Kordaat liep ze op de afvalkoker af. Stak haar hoofd in de smerig ruikende buis en keek naar beneden. ‘Help me alsjeblieft,’ zei een jonge mannenstem. Ze zag een grote bos zwarte krullen.

‘Hoe dan?’ vroeg ze. ‘Bel 112, ik stik hier bijna,’ piepte hij. Vlug trok ze zich terug uit de koker en rende haar appartement weer in. Haar telefoon rinkelde. ‘Eva?’ De geruststellende stem van Bas. ‘Gaat het goed met je?’ Ze twijfelde. ‘Er zit iemand in de afvalkoker. Ik moet 112 bellen.’

Bas zuchtte diep. ‘Lieverd, luister naar me. Je bent aan het hallucineren. Het is belangrijk dat je een groene pil pakt. Dan gaat het zo beter.’ Ze knikte tegen de telefoon. Bas had vast gelijk. ‘Dank je lief,’ zei ze opgelucht. Ze hingen op. Eva pakte de pil, nam hem in en ging op bed liggen. Vrijwel meteen voelde ze de slaap naderen.

Artikel: Ilse Delange

Foto: Paul Bellaart

Foto: Paul Bellaart.

Het was nogal een jaar voor Ilse DeLange. Ze werd toegejuicht en verguisd. Zelf bleef ze opvallend stabiel. ‘Muziek maken is voor mij het allerbelangrijkste, dat pakt niemand me af.’

(Lees hier verder op de website van SENA, geplaatst in Performers Magazine van najaar 2014)

Zeer Kort Verhaal: Wind

P1010616
Op het schaars verlichte perron van Amsterdam-Zuid probeerde hij zijn fiets in bedwang te houden. Windvlagen scheerden langs zijn wangen. Zij belde met haar vriendin. Het was een totale verrassing, zei ze. Ze hadden gewoon een heel goed gevoel bij haar. De tweede ronde was slechts een formaliteit. Terwijl ze sprak, aaide ze over zijn hand. Hij probeerde de fiets recht te houden. Het was nogal een zwaar model en de mand vol boodschappen voorop hielp hem niet. Zijn vriendin babbelde vrolijk door. Qua salaris zou ze er flink op vooruit gaan, sprak ze in de telefoon. Naast hen kuste een lesbisch stel elkaar vurig op de mond. Ze hadden dezelfde rode lakschoenen aan. De ene dame wreef onhandig met haar been over de kuiten van haar lief.

Hij zag de trein. Zij vroeg haar vriendin even te wachten. ‘Het was weer veel te kort,’ zuchtte ze. Hij knikte. ‘Ik had nog zoveel langer willen praten, we hebben het niet eens over je moeder gehad. Hoe gaat het nu met haar?’ Ze streek door zijn korte blonde krullen. Hij keek haar aan. ‘De dokter geeft haar hooguit drie maanden,’ antwoordde hij zacht. Haar ogen vulden zich met medelijden, terwijl ze achteruit richting treindeur liep. ‘Wat erg, we praten er later over!’ Hij knikte. Onhandig manoeuvrerend langs het ijzer kuste ze hem en stapte in de trein. ‘Waar was ik?’, zei ze tegen haar vriendin. Langzaam liep hij naar de lift. Buiten bleek het weer nog steeds verschrikkelijk. Met moeite hield hij zijn fiets in bedwang.